Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

81

terugkomen. Na onze voorspoedige vangst kunnen wjj wel weer een half uurtje geduld oefenen, zou ik meenen. Ik geloof, dat wij nu al meer hebben dan verleden jaar van den geheelen dag."

„'k Geloof het ook," zei Marten met een vollen mond, want hij had honger voor twee en liet het eene stuk na het andere in zijn maag verdwijnen.

„Je gezondheid schijnt weinig te wenschen over te laten," lachte Heer Jan, die met verbazing aanzag, hoe Marten schranste.

„Dat gaat wel," lachte Marten. „Ik voel me vrn wel!"

Zoodra het maal afgeloopen was, werd de jacht voortgezet. De vischjes werden te water geworpen, en de jagers hielden zich opnieuw doodstil.

Zoo ging de middag genoeglijk voorbij. De oogst was buitengewoon voorspoedig, en Heer Jan fluisterde Marten toe, dat hij ook eenige vogels aan Hopman Wybe Sjoerds zou zenden, om die bij zijn middagmaal te gebruiken.

„Van mij kan hij de afgekloven beentjes krijgen," mompelde Marten. „'t Is een brutale kaerel, die geen vetten eendebout verdient."

Eindelijk lag de bodem van het vaartuigje geheel met doode vogels bedekt, en Heer Jan meende, dat het nu tijd werd, om naar huis terug te keeren. Ook Marten had zijn bekomst van de jacht, en het zitten begon hem te vervelen. De lijnen werden

Sluiten