Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

91

Met een droevigen zucht begaf Marten zich op het land, waarop Anna gevlucht was, toen zij door de Spanjaarden achtervolgd werd. Hij wanhoopte echter, eenig spoor van haar te zullen vinden. De verschillende landstrooken waren door vele slooten gescheiden. Zou Anna zich daardoor hebben laten weerhouden? Hij dacht van niet, want de angst, om in de handen der vijanden te vallen, zou er haar wel doorheen gejaagd hebben. Bovendien was zij vlug en dapper, dat wist hü.

Hü vond dan ook nergens iets, dat hem een aanwüzing kon geven, waarheen zij gevlucht was. En voor een nauwkeurig onderzoek was het te donker.

Opeens bedacht hij, dat zy wellicht een schuilplaats gevonden kon hebben bij Kees Aartsz, een arbeider, wiens eenvoudig huisje aan den Waterlandschen dyk gelegen was. Want in die richting moest zij gevlucht zün, als zij haar toevlucht op de landerüén had gezocht. Hü besloot zich onmiddeliyk daarheen te begeven, en koos daartoe den kortsten weg, dwars door het land, zonder zich door slooten te laten weerhouden. Marten kon goed springen, en dat kwam hem nu te pas. In betrekkelyk korten tijd kwam hy" by' Kees Aartsz aan.

De bewoners waren nog op, maar de deur was zorgvuldig gesloten.

Op zyn roepen klonk een stem van binnen:

Sluiten