Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94

„Maar waar is zij nu?" vroeg Marten ongeduldig.

„Er kwamen enkele bootjes met vluchtende Saardammers hier langs, die door de Gouw wisten te ontkomen. Met een van die booten is zij medegegaan, — maar waarheen, dat weet ik niet. De menschen wisten zelf niet, waarheen het lot hen voeren zou. Vermoedelijk bevindt zij zich hier of daar te Westzaan, of te Assendelft, of Beverwijk, — wie zal 't zeggen ?"

„Dan weet ik nu genoeg," sprak Marten. „Heb dank voor de hulp, die u beiden aan haar verleend hebt. Goeden nacht."

De man kon den 'knaap zoo echter niet laten vertrekken. Hij wist immers, dat deze geen dak meer had, om onder te rusten. Daarom zei hij:

„Blijf vannacht hier, Marten. De nieuwe dag geeft nieuwen raad, maar vergt ook weer nieuwe kracht."

„Dank voor uw vriendelijk aanbod, buurman," zei Marten. „Ik kan het echter niet aannemen, want ik zal rust noch duur hebben, voor ik mijn zuster wedergevonden heb. Nog één vraag: weet u ook, waar onze hond gebleven is? Ik heb hem nergens gezien, dood of levend."

„Hij was bij Anna, en 't is voor een groot deel aan hem te danken, dat zü ontsnapt is, want hij vloog telkens op de kerels aan. En dan hadden zü 't kwaad te verantwoorden. Maar een van de soldaten heeft hem eindelijk met de kolf van zijn vuurroer

Sluiten