Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

107

aanvoerder zijn, en met Gods hulp zullen wij trachten onze vrouwen en kinderen, onze have en ons goed te beschermen tegen de vijanden. Wat wij doen kunnen, zal de tijd ons leeren. Wij moeten in elk géval doen, wat onze hand vindt om te doen. Wij mogen niet versagen, want moed verloren is al verloren, zegt het spreekwoord. En als het waar is, dat wij tegen de Spanjolen zijn als een tegen vijftig, welnu, dan moeten wij list stellen tegen overmacht. Alle wateren hier in den omtrek zijn ons bekend, en tusschen het riet en de schooren weten wij plaatsen genoeg te vinden, die ons aan het oog van den vijand onttrekken. Begeven de vendels zich hier of daar heen, uit onze schuilhoeken vellen wij hen man voor man neder, zonder dat zij ons bereiken kunnen of ons zelfs maar zien. Neen, wij mogen niet moedeloos bij de pakken gaan neerzitten, maar moeten strijden voor huis en haard, voor godsdienst en vaderland! Wie zichzelven helpt, dien helpt God!"

Deze woorden van 't Oude Hoen maakten diepen indruk op de aanwezigen, en meer dan een herhaalde de woorden: „Wie zichzelven helpt, dien helpt God."

Het gezelschap werd allengs grooter, want telkens ging de deur open en traden mannen binnen, die zich, nu de nood aan den man kwam, als bij afspraak naar de woning gespoed hadden van 'tOude Hoen, dien zij allen stilzwijgend als hun hoofd en

Sluiten