Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

aanhangers hebben dan ons! Leve de Prins!"

„Leve de Prins van Oranje!" klonk het dof uit vele monden, want men was te diep ontsteld door den vreeselijken brand, dien zü op betrekkelgk korten afstand zagen woeden, om luidruchtig te zün.

De vlammen hadden zich nu over een groote breedte verspreid, en namen nog steeds in hevigheid toe.

„Gansch Saardam wordt geplunderd en platgebrand," sprak een der mannen weer. „'t Is hemeltergend."

„Ja, 't is afschuwelijk!" beaamden anderen. „Er blijft, naar ik vrees, geen huis gespaard, 't Is een schrikkelük schouwspel."

„Dat ons leeren kan, wat wij van de Spanjaarden te wachten hebben, mannen!" viel 't Oude Hoen in. „Ons rest niets, dan met de wapenen in de hand te strüden voor het leven der onzen, en gelooft me, dat het gevaar naakt. Spoedig genoeg, wellicht dezen dag nog, zullen wü de beulen hier zien. Westzaan is ryk en belooft een goeden buit. Een ieder zij op zijn hoede! Bergt al uw geld en kostbaarheden op een veilige plaats, opdat het hun niet in handen valle..."

„Of wij dat al niet gedaan hebben!" lachte Goesinnen. „Zü zullen bij mij lang moeten zoeken, eer zij het vinden."

Bij deze woorden dacht Marten opeens aan het

Sluiten