Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

121

bericht van het bezetten van den Dam door de Spanjaarden, en door de inlichtingen, die hij daaromtrent inwon, kwam hij tot de overtuiging, dat hij er op dit oogenbük niet niet goed gevolg tegen handelen kon. Hij stelde zich echter ten plicht, het verder doordringen van den vijand te beletten, en zond met dat doel eenige vendels onder bevel van Nicolaas Ruychaver, Jacob Christal en Lazarus Muller uit, om den Waterlandschen dijk te bezetten van de Oostzijde van Saardam af tot Nieuwendam toe. En toen de vijandelijke vendels zoo dicht in elkanders nabijheid gelegen waren, spreekt het van zelf, dat het al spoedig tusschen hen tot een botsing kwam. De Hollanders waagden een moedigen aanval op de verschansing aan den Schinkeldijk, en streden daarbij zoo geducht, dat de schans weldra in hun handen zou gevallen zün, indien het geknal der musketten niet tot de mannen op den Dam ware doorgedrongen.

Deze werden daardoor op het dreigende gevaar opmerkzaam gemaakt en snelden ter hulp. Toen werd het een bloedig gevecht. De Hollanders werden tot wyken gedwongen en moesten de koeien op het land zelfs als borstwering gebruiken, zoo dicht vielen de kogels. Met medeneming van hun gewonden en dooden trokken zü terug. De vyand was meester van het terrein gebleven, en de Hollandsche vendels moesten er zich toe bepalen, behalve den Waterlandschen dyk ook de plaatsen Jisp, Wormer en

Sluiten