Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

141

Den llen December trokken, zooals wij zeiden, de Spanjaarden op, om Haarlem te gaan belegeren.

De Hoplieden Steenbach, Vader, Wittenberg en Pruys kregen onmiddellijk bevel om op te breken en naar Haarlem te trekken, ten einde de burgerij bij de verdediging ter zijde te staan, en nauwelijks kwam dit Bossu ter oore, of hij zond Hopman Van der Linden opnieuw uit, om de Zaanstreek te bezetten.

De Noord-Holiandsche Vrijbuiters hadden hun tijd niet in ledigheid doorgebracht. Overal zwierven zij op de wateren rond, en zij waagden zich zelfs op het IJ, tot in de nabijheid van Amsterdam. Zij leefden thans van den behaalden buit, want door het wegrooven hunner koeien waren zij zonder middel van bestaan. Dikwijls bestegen zij den hoogen Westzaner toren om den omtrek te verkennen, en wee dan de kleine afdeelingen Spaansche soldaten, die hier of daar langs den landweg trokken, uitgaande op roof. Schielijk stapten de Vrijbuiters in hun vaartuigen, en ongezien achter groote rietvelden kozen zij den kortsten weg, om de vijanden onverwachts te bespringen, 't Oude Hoen en zijn Vrijbuiters waren de schrik der Spanjaarden geworden, en de naam van den aanvoerder alleen was soms reeds in staat, hen op de vlucht te doen slaan.

Marten en Aelbert ondernamen dikwijls de stoutste stukjes, ja, waagden zich zelfs in Amsterdam, om

Sluiten