Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

147

die wij er omgekeerd bovenop plaatsen. Dan roeien de jongens naar Amsterdam en zien den Spanjaard 'aan boord te lokken en aan de praat te houden, terwijl zij de boot langzaam laten afdrijven. Zijn ze ver genoeg van den walkant, dan springen de Vrijbuiters voor den dag, rekenen den Spek in..."

„En brengen hem hier!" vulde Jan Slob aan. „Een vat van het fijnste bier zal den goeden uitslag loonen."

„Top! Aangenomen!" klonk het vroolijk. „Zoo kan de zaak best gelukken ...."

„Maar als zjj nu eens niet gelukt ?" vroeg Symensen. „Als die Overste nu eens te vroeg ontdekt, welke dikke palingen in die tobben zitten, — wat dan? Dan zijn onze twee dappere jongens onherroepelijk verloren en kost het hun het leven."

„Daarom moeten wij zorgen dicht genoeg bij de hand te zijn, om ter hulp te kunnen komen, als dat noodig mocht blijken," zei 't Oude Hoen. „Er zijn rietzudden in overvloed in den omtrek daar, en als wy' het wat slim aanleggen, kan er menige boot van de Vrijbuiters tersluiks heenroeien en den loop van zaken afzien."

„Juist, — dat kan," sprak Engel Lastpenning. „Bovendien is het niet waar, dat de twee jongens onherroepelijk verloren zyn, als de list ontdekt wordt. Zij moeten natuurlijk de meest snelvarende boot hebben, en de mannen, die zich in de tobben verbergen, moeten flinke roeiers zyn. Ziet nu die Hoofdman,

Sluiten