Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

152

„Opperbest," zei 't Oude Hoen. „Laten wij de tobben aan boord brengen. De schuit van Marten loopt zoo licht, als ik er geen tweede ken, en is

dus uitstekend voor ons doel geschikt."

Jan Slob droeg met een anderen vrijbuiter de tobben naar het schuitje, en zei lachend:

„Zie zoo, de paling kan er in. Als de Overste zijn tanden maar niet stuk büt op de graten. Komaan, Claes, rol je op!"

Claes keek eerst de pistolen, die hem in den gordel hingen, nog eens goed na, voelde naar den dolk, dien hij in zijn wambuis verborgen had, en stapte in de tobbe. Hij

werd zorgvuldig met een tweede toegedekt. Toen kroop Jan Walichs in de andere, de twee jongens grepen de riemen, en de tocht nam een aanvang.

De overige Vrijbuiters verdeelden zich twee aan twee in andere schuitjes, en roeiden hen snel vooruit, om zich in de onmiddellijke nabijheid van Amsterdam tusschen de rietzudden te verbergen, ten einde, als

Sluiten