Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

167

gevallen en het water vry geworden. De vorst had byna vyf maanden geduurd. En wat de Haarlemmers vroeger met sleden deden, geschiedde nu door middel van vaartuigen. Er heerschte dan ook volstrekt geen gebrek in Haarlem, en het hardnekkig verzet der dappere bezetting stemde Don Prederik tot moedeloosheid. Hij verzocht zelfs aan Alva verlof om het beleg op te breken. Maar Alva wilde daarvan niets hooren. Hij gaf Don Prederik bevel de stad niet te verlaten, voordat hij haar ingenomen had, en indien hij mocht sneuvelen of aftrekken, dan zou hü zelf komen, of zijne gemalinne, de Hertogin van Alva zenden, om het bevel over te nemen.

Dit antwoord krenkte Don Prederik zeer in zyn trots, en hy was thans vast besloten, dat Haarlem vallen moest.

Intusschen had hij telkens toevoer van nieuwe manschappen noodig, want de Haarlemmers waagden vele uitvallen, die aan de Spanjaarden ontzaglük veel afbreuk deden. Ook werden door den Prins van Oranje en diens Stadhouder Sonoy onophoudelijk pogingen aangewend om de stad te ontzetten, die niet dan na hevige gevechten werden verijdeld. Ook deze kostten menigen Spanjaard het leven. Amsterdam was voor Don Prederik de groote voorraadschuur. Niet alleen dat het hem van wapens, ammunitie en levensmiddelen moest voorzien, ook het te kort in manschappen werd van daar aange-

Sluiten