Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

185

vertelden aan den verbaasden en ontstelden Jan Slob, dat zij op weg waren naar het Spaansche legerkamp, waarvan de officieren 't Oude Hoen wensen ten te zien.

De dikke waard kon zijn ooren nauwelijks gelooven en keek zijn drie vrienden hoofdschuddend aan. 't Was duidelijk, dat hij de zaak allerminst vertrouwde en dat hij haar eenvoudig beschouwde als een middel van den Spanjaard, om zich op een gemakkelijke, zij het dan ook verraderlijke wijze, van een ge vreesden tegenstander te ontdoen.

Toen dan ook de Hopman zich een oogenblik verwijderde,.-.zei hij op gedempten toon, maar met grooten nadruk:

„Ben je nu van 't verstand beroofd, 't Hoen? Hoe is het mogelijk, dat je je zóó laat bedriegen door die Spaansche bloedhonden! Hebben zij dan ooit hun woord gehouden? Begrijp je dan niet, dat het er hun om te doen is, je in hun macht te krijgen en je op te hangen ? Keer terug, wat ik je bidden mag, — keer terug! 't Is een list, een valstrik, een..."

Op dit oogenblik kwam de Hopman weder binnen, en zag Jan Slob zich dus genoodzaakt zijn verdere waarschuwingen te staken.

Maar 't Hoen liet zich niet raden.

„Ik heb vertrouwen in het mij aangeboden vrijgeleide," antwoordde hij kalm aan het oor van Jan

Sluiten