Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

188

raad vragen," zei Aelbert peinzend. En zijn vriend de hand drukkende, vervolgde hij met ernst:

„Vergeet nooit, dat waar je ook heengaat, ik je vergezellen zal. Ik heb je beloofd, dat ik je zou helpen zoeken, en ik zal mijn woord houden, zelfs al moesten wij haar terughalen uit het paleis van Alva zelf!"

Deze hartelijke woorden deden Marten goed, en hij bleef gedurende den verderen tocht steeds peinzen op een middel om in de bedreigde stad te komen. Doch hoe hij zich ook pijnigde met het ontwerpen van allerlei plannen, hij zag geen kans zijn doel te bereiken.

Zonder eenigen tegenspoed bereikten zij het kamp om Haarlem. De Hopman geleidde hen naar den Hout, waar de veldheer de Licques met zijn Walen gelegerd was.

Den veldheer zelf troffen zij echter niet in zijn tent aan, daar hij bij Don Prederik ontboden was, om diens bevelen te vernemen. De Hopman noodigde hen uit plaats te nemen en een oogenblik te wachten. Hij zou dadelijk van de aankomst der Vrijbuiters kennis gaan geven aan de verschillende Oversten, die het verlangen hadden te kennen gegeven hen te zien, en spoedig terugkeeren.

Zoo bleven zij dus met hun drieën alleen, en had Marten een goede gelegenheid, om 't Oude Hoen zijn wensch kenbaar te maken en diens raad te vragen.

Sluiten