Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

196

duinen.') De Spaanschen verloren niet minder dan 600 man, waaronder hoplieden, luitenants, vaandrigs, wachtmeesters, „groote monsieurs," „groote cadetten" en „groote hanssen."

De Haarlemmers staken een aantal huizen, hutten en tenten in brand, waarin de vijanden gehuisvest waren, en werden daarbij onverwachts aangevallen door Spaansche ruiters en haakschutters, die van Heemstede en andere plaatsen kwamen opdagen, en hen dwongen tot den aftocht. Met verlies van niet meer dan tien of twaalf man werden zij genoodzaakt af te trekken en zich binnen Haarlems muren in veiligheid te stellen. Maar groot was de buit, dien de krijgers met zich medevoerden, bestaande uit harnassen, spietsen, stormhoeden, rapieren, hellebaarden, kostbare kleederen van hoplieden, vaandrigs en oversten, juweelen en goud, zelfs schotels en gouden ringen, trommels, ketels en nog vele andere dingen.

Aelbert en Marten hadden zich in den strijd geducht geweerd, zoodat zij zelfs de opmerkzaamheid trokken van den vaandrig Pieter Dirksz Hasselaar, die den uitval had medegemaakt.

„Leven de Vrijbuiters van 't Oude Hoen!" riepen zij meermalen in de hitte van den strijd, en die kreet had de aandacht van den vaandrig gaande

1) Zie over dezen uitval C. Ekama, Beleg en Verdediging van Haarlem, bladz. 151 enz.

Sluiten