Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

210

ammunitie werden aangevoerd, geheel afgevaren, en waren de vijandelijke Rustenburgerschans bij de Kwakelbrug meermalen gepasseerd. En overdag waren zij ijverig in de weer, om het bootje nog meer snelheid te bezorgen door het aanbrengen van een fok en een topzeil, terwijl zij tevens de twee roeispanen met vier vermeerderden, zoodat drie personen tegelijk aan de riemen konden zitten.

Eindelijk waren zy met hunne toebereidselen gereed, en wachtten nog alleen op een geschikt oogenblik.

Intusschen zaten zij niet stil, maar hielpen de bezetting ijverig bij de verdediging van de bedreigde wallen en poorten, zoodat zij al spoedig goede bekenden van de krijgslieden waren geworden, die hen graag mochten lijden en hen nooit anders noemden dan de twee Vrijbuiters. En vooral boden zij dikwüls de behulpzame hand bh' de Schalkwnker poort, welke zü voor hunne vlucht noodig hadden. Zij konden bij de wachten doen, wat zü wilden, en genoten een onbeperkte vrüheid van beweging. Trouwens, de Fuikvaart, die in het Haarlemmermeer uitliep, was nog in handen van den Prins, die den uitgang beschermde en zoo het vrq'e verkeer met Haarlem zooveel mogelijk openhield. Wel had Don Frederik de straks genoemde Rustenburgerschans in zün macht, en zocht hü de vaart door de Fuik te beletten, maar dat gelukte hem slechts ten deele.

Sluiten