Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

215

Zij hoorden het geluid van gedempte mannenstemmen, afkomstig van een naderend vaartuig. En een oogenblik later zagen zij een kleinen vonk, ongetwijfeld van een lont. Zeker hadden de mannen ook het naderen van een vaartuig opgemerkt en stonden zij gereed, om zich zoo noodig te verdedigen.

„Wie daar?" werd er geroepen.

Maar ons drietal gaf geen antwoord. Alleen Kees liet een dof gegrom hooren. Zy vernamen het geklots van riemen, en nogmaals klonk de vraag:

„Wie daar?"

Thans was Marten gerustgesteld.' t Waren vrienden, die zich, ongetwijfeld met kruit en levensmiddelen, op weg bevonden naar Haarlem.

„Leve de Prins van Oranje!" riep hfi hun zacht toe, en onmiddellijk verdween op dit tooverwoord de brandende lont.

„Leve de Prins van Oranje!" was het antwoord, en op 't volgende oogenblik voer de boot vlak langs hen heen. Zij bevatte verscheidene roeiers, die zwaar werk hadden tegen den wind in.

„Dreigt er gevaar?" vroeg Marten snel.

„De bezetting houdt goede wacht!" was het antwoord. „Maar 't is Goddank erg donker. Goede reis!"

„Goede reis," zeiden de Vrijbuiters, maar tegelijkertijd kwam aan de reis bijna een ongewenscht einde, want een hevige rukwind deed de boot

Sluiten