Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

217

sterk en behield de boot haar ongewoon snelle vaart.

Plotseling werd het den jongelieden duidelijk, dat zn' opgemerkt waren, want er ontstond gerucht aan den oever in hunne nabijheid.

„Hallo! Wie daar?" werd er met forsche stem geroepen.

Maar er kwam geen antwoord. Alleen hief Kees den kop op en het een nijdig gebrom hooren.

„Aanleggen, of ik geef vuur!" werd er thans geboden, en Anna zag het flikkeren van de lont.

Tegelijkertijd hoorde zij zeer duidelijk, dat eenige mannen in eene boot stapten en van wal staken. Het geklots van de riemen was duidelijk boven 't razen van den wind en het bruisen van de golven te onderscheiden.

Aan den oever klonk een musketschot, dat weldra gevolgd werd door enkele andere. Maar de kogels misten hun doel.

Aelbert hield het roer met vaste hand, en de boot sneed door het water. Een hevige rukwind kwam de vluchteüngen helpen, die de naderende boot nu gepasseerd waren en dus een kleinen voorsprong hadden.

Marten stond overeind aan de plecht, met het musket tegen den schouder en de lont in de hand.

Hü brandde los op goed geluk af, zgn vuurroer gericht houdende op de naderende boot, die hy

Sluiten