Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

219

hoor geen riemslagen meer, en geloof, dat wij winnen."

Kees stond overeind in de boot en het een nijdig geblaf hooren. Gelukkig voor de Spanjaarden, dat hn' hen niet bereiken kon, want anders zou hij hen even feestelijk getrakteerd hebben als indertijd Hopman Wybe Sjoerds en diens Vaandrig.

Nogmaals knalden de schoten, en Anna hoorde een kogel langs haar hoofd fluiten.

„Marten, buk toch !" riep zij verschrikt haar broeder toe. „Breng je niet onnoodig in gevaar!"

Na enkele minuten gaven echter de Spanjaarden de vervolging op, tot groote vreugde van de vluchtelingen, die nu overtuigd waren, dat het grootste gevaar geweken was.

Weldra hadden zij den uitgang van de Fuikvaart bereikt en voeren het Haarlemmermeer op. En enkele uren later kwamen zy behouden aan den IJoever aan, waar zij zich geheel veilig voelden. Hunne harten klopten onstuimig van vreugde. Het waagstuk was gelukt en Anna bevond zich in veiligheid. Zij brachten het bootje over den Westzaner Overtoom, zonder Jan Slob te wekken, die in diepe rust lag, en bereikten in den vroegen morgen de hoeve van 't Oude Hoen.

Met een gelukkigen glimlach op het gelaat stapten zij aan wal en traden de hoeve binnen, waar Geerte, Aelberts moeder, hen met een kreet van vreugde ontving.

Sluiten