Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

223

Anna stond met tranen in de oogen naast de bedroefde vrouw. Zij sprak niet, want woorden van troost wist zij niet, maar zij had de hand der arme vrouw in de hare genomen, en drukte die met innig medelijden.

Weer ontstond een diepe stilte in het vertrek...

Tot plotseling de deur geopend werd, en — 't Oude Hoen in levenden lijve aan den ingang verscheen.

Geerte slaakte een kreet van vreugde en wierp zich schreiende in zijne armen. Ook Aelbert en Marten sprongen op en ijlden naar hem toe, en de Vrijbuiters stonden in de grootste verbazing hem aan te staren. Maar vreugde tintelde in hun oog, en een bln'de glimlach plooide hunne lippen.

„'t Oude Hoen!" riep Claes Kees Symensen verheugd uit. „God lof! Hij is het gevaar ontkomen!"

En van alle kanten klonk het: „Godlof! Godlof! Hu' leeft/en is het gevaar ontkomen!"

't Oude Hoen sloeg zyn eenen arm om zu'ne vrouw en zijn anderen om Aelbert, die beiden niet spreken konden van vreugde, en zeide met krachtige stem:

„Ja, mijne vrienden, ik ben het gevaar ontkomen, maar niet door eigen kracht. Thans weet ik, dat ook in het hart van een Spanjaard edelmoedigheid kan wonen. Vrijwillig en zonder losgeld heeft mijn vn'and mü de vröheid hergeven..."

Sluiten