Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

waar 't kermis was. Dat was een kolfje naar zijn hand. Hij vermaakte er zich kostelijk, van den morgen tot den avond, en wilde toen zelfs nóg niet naar huis. ,,'k Moest hier maar blijven slapen," dacht Tyl. Maar waarvan zou hij zijn logies betalen? Hij had, als gewoonlijk, geen cent op zak. Tyl Uilenspiegel liet zich echter nooit uit het veld slaan; b$ wist zich altijd te

redden —■ zoo ook nu. — Wat deed hij? — Wel, ginds, op dat erf, stonden bijenkorven; er waren ook een paar leege bij. „Weet je wat," zei Tyl bij zichzelf , „ik kruip in zoo'n

- jZi - Jij/Y ICCgClI iUl L , Wül-

'/syJ&wiShiL. zo]™. daT1 hp.n fr¬

ik kruip in zoo'n leegen korf. mooi onder dak."

Zoo gezegd, zoo gedaan. Tyl zette een der leege korven vlak bij de volle en kroop er toen in.

's Nachts kwamen er evenwel dieven op 'terf. Zij wilden een bijenkorf stelen en bepraatten met elkaar, dat het 't voordeeligst zou zijn den zwaarsten korf te nemen; die zou stellig den meesten honing bevatten.

Tyl was wakker geworden en had alles gehoord. Doodstil bleef hjj echter in zijn schuilplaats zitten en ja, wat hjj verwacht had, gebeurde: de dieven tilden alle korven op en daar die, waarin Uilenspiegel zat, de zwaarste was, namen ze dien mee, en sjouwden er

Sluiten