Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18

De vader van het gasthuis was hierdoor zoo getroffen, dat hij Uilenspiegel dadelijk al vast twintig gulden ter hand stelde.

Toen begaf Uilenspiegel zich, vergezeld van twee bedienden, naar het gasthuis. lederen patiënt vroeg hij wat er aan scheelde, en als -hij dan afscheid van hem nam, deed hij heel geheimzinnig, en nam hem afzonderlijk. „Voordat ik heen ga, zal ik je een geheim toevertrouwen," zei hij, „maar beloof mij eerst plechtig, er niet over te zullen spreken."

Je kunt je voorstellen, hoe nieuwsgierig zoo'n stumper d dan werd. Grif beloofde hn te zullen zwijgen en — kreeg als belooning Uilenspiegels „geheim" te hooren. „Ik ben hier gekomen om jullie beter te maken," zei Tyl, „maar dat kan ik niet anders doen, dan door één van jullie, — den ziekste en meest gebrekkige, tot poeder te verbranden en dit den overblijvenden in 't drinkwater te geven. Morgenochtend zal ik er een uitkiezen. Dx zal den vader van dit huis voor de poort posteeren en zelf met luider stem roepen: „wie niet ziek is, kome naar buiten!" — Denk er om, verslaap dat gewichtige oogenblik niet!"

Ieder der gasthuisbewoners kreeg op zijn beurt ditzelfde „geheim" te hooren, maar was er zich niet van bewust, dat hij 't met zoovelen deelde. — Tyl Uilenspiegel gedroeg zich erg gewichtig, zie je, zooals 't een man van groote vermaardheid betaamt.

Toen de morgen aanbrak, stonden Uilenspiegel en de vader van het gasthuis bij de poort en weldra riep de eerste met luider stem: „wie niet ziek is, kome naar buiten!"

Sluiten