Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19

Daar kwamen ze allen aan, loopend zoo goed ze maar konden — allen, allen; niemand had willen

Daar ^kwamen ze allen aan.

achterblijven. In betrekkelijk korten tnd was 't geheele

gastnuis leeg.

Uilenspiegel had dus recht op het door hem bedongen loon. Dit werd hem dan bok met dankbaarheid uitbetaald.

Maar drie dagen later kwamen alle zieken terug en klaagden, als van ouds, over hunne kwalen en gebreken.

De vader van het gasthuis begreep er niets van. „Hoe kan dat nu?" riep hij uit. „Ik heb jullie toch immers nog pas zoo'n

kundigen dokter bezorgd, die je allen op de been heeft geholpen!"

Toen vertelden zij hem wat Uilenspiegel hun, ieder

werd hem Uitbetaald.

Sluiten