Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25

moest staan, en bij 't minste onraad alarm te blazen had, werd in al die drukte totaal vergeten. Dit was den loozen snaak allesbehalve naar den zin.

Dienzelfden dag rukten de vijanden op, maakten al het vee buit en dreven het weg.

Uilenspiegel zag het uit zijn torenvenster kalmpjes aan; hij waarschuwde niemand en liet zijn horen ongebruikt.

Toen 't VOOrffevallfiTi« in 't nlnf IhalroTul

werd, lag Uilenspiegel nog vergenoegd uit het raam te kijken. Zijn lachen wekte den toorn van den graaf in hooge mate op.

„Zeg eens," riep bij den onbetrouwbaren torenwachter toe, „waarom heb je je niet doen hooren?"

„Ik heb mij wèl doen hooren," zei Uilenspiegel, „vóór 't eten heb ik nog zóó geroepen. Maar ik doe 't niet graag; ik geloof, dat ik er eigenbjk te be-

ischeiden voor ben." „Och," riep de graaf ongeduldig uit, „je moet voor de vijanden blazen." „O heden neen," antwoordde Uilenspiegel en zette een onnoozel gezicht; „dan komen er nog maar meer en er zijn er zóó al meer dan genoeg, zou ik denken."

„.Nu, 't is goed," sprak de graaf

„waarom heb je je niet doen hooren?"

Sluiten