Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27

schouderophalend, ijlde met zijn manschappen weg en was weldra buiten de poort in een hevig gevecht met de veedieven verwikkeld.

Nog kreeg Uilenspiegel op zijn toren niets te eten. De achtergeblevenen hadden wel wat anders aan 't hoofd.

De graaf keerde, na eenigen tijd, voldaan, met de zijnen terug en bracht groote hoeveelheden spek, als buit uit 't vijandelijke kamp, mee.

Ben flinke maaltijd werd al dien vermoeiden, hongerigen lieden bereid.

Uilenspiegel had ook wel zin in wat hartigs. De geuren, die naar boven stegen, deden hem ziïn honger des te meer gevoelen. Wacht, hij zou wel maken, dat hn er nu ook znn deel van kreeg!

Op eens begon hij uit alle macht te toeteren en te roepen: „vijand!, hei! vijand! hei!"

De graaf, die juist met zijn mannen was aangezeten, stond schiehjk van tafel op. In groote haast legden zij hun harnassen weer aan, namen hun wapens ter

hand en snelden de poort uit om buiten op

't veld tevergeefs naar eenigen vijand uit te zien.

Onderwijl kwam Uilenspiegel vlug van den toren, bediende zich flink van alles wat er op de grafelijke tafel stond en spoedde zich toen weer naar boven.

De krijgslieden keerden onverrichterzake terug. Zij waren ontevreden en bespraken onder elkaar, dat die nieuwe torenwachter hun zeker een poets had gebakken.

Uilenspiegel werd bij den graaf ontboden, om rekenschap af te leggen van zijn daad.

„Er waren op velden of wegen geen vnanden te

Sluiten