Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uilenspiegel sprak: „wees er niet boos om, edele heer! Terwijl gij en al nw mannen n aan den maaltijd

de eerste, die de poort in ging.

versterkten, zat ik maar steeds op den toren en kon toezien; niemand bracht mij wat. Zoo komt het, dat ik nu mijn schade moet inhalen.

ten einde mijn verloren krachten weer eenigszins bij te spijkeren. Ik maak dus, dat ik 't eerst aan tafel zit en 't laatst weer opsta en kan — dat is dnirlAliilr

niet tegelijkertijd ook 't eerst

buiten de poort zijn. Zoo

gauw ik echter weer op krachten ben, keer ik 't zaakje om: dan kom ik 't laatst aan tafel en ben

als vrij man, zijn weg vroolqk voort.

29

Sluiten