Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44

naar den rector, om hem te vragen, of hij soms ook eens won zien hoe zijn leerling 't maakte.

„Is er al wat vrucht van uw onderwijs te bespeurenf" vroeg deze op zijn beurt, met iets spottends in 't gelaat.

„Hij is wel tamelijk hardleersch," antwoordde Uilenspiegel, als altijd onverstoorbaar kalm, „maar door vlijt en volharding heb ik hem toch zoover gekregen, dat hij al verscheidene letters — voornamelijk eenige klinkers — kan opnoemen. Als 't u gelegen komt, ga dan eens met mij mee, om er u zelf van te overtuigen."

Uilenspiegels brave leerling had dezen geheelen dag nog geen eten gehad, moet je weten.

Toen nu Uilenspiegel met den rector en nog eenige andere geleerde heeren in den stal kwam, legde hij den ezel weer een boek voor. Dadelijk stak 't hongerige dier znn lange tong uit om de bladen om te slaan. Maar dezen keer vond het er geen haver tusschen. Toen begon de ezel luidkeels te balken: „ia, ia," klonk het door den stal.

TriomfanteHjk wendde Uilenspiegel zich tot zijn bezoekers. „Hoort ge 't wel, heeren," riep hij uit, „t.. a.. deze beide klinkers kent hij al zoo goed. *) Ja, mettertijd zal ik bepaald nog eer met mijn leerling inleggen."

Spoedig hierop overleed de rector.

Toen liet Uilenspiegel zijn leerHng in den steek en trok met 't geld, dat hij reeds ontvangen had, weg, want hij dacht bij zichzelf: „Verbeeld je, dat ik aUe ezels van Erfurt eens in de leer kreeg! Dat zou me toch wel wat te kras worden."

•) Zie titelplaat.

Sluiten