Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIII.

Hoe Tyl Uilenspiegel bont zou reinigen.

Uilenspiegel trok door Thüringen en wilde in 't dorp Nagenstadten overnachten.

De eigenares der dorpsherberg vroeg hem naar zijn ambacht.

„Een bepaald ambacht heb ik niet," antwoordde Tyl, „maar n kunt me gerust logies geven; ik ben" — en toen zette hij een heel gewichtig gezicht — „ik ben iemand, die altijd de waarheid spreekt."

„Zoo," zei de waardin en ze knikte goedkeurend, „nu, zulke lui zijn me steeds welkom. Je kunt hier dus met genoegen büjven."

Uilenspiegel, die al dadelijk bemerkt had, dat zij wat loensde, keek eens om zich heen en vroeg: „schele vrouw, waar wil je mij hebben en waar kan ik mijn stok en mijn reistasch bergen?"

„Wel heb je ooit," riep zfi uit; ,,'t zal er je nog eens naar gaan, brutale schelm! Nog nooit van mijn leven heeft iemand mij gezegd, dat ik scheel zag!"

„Och, mijn goede mensch, bedaar een beetje," sprak Uilenspiegel; „als ik altijd de waarheid wil spreken, kan ik dat niet verzwijgen."

De waardin moest even lachen — ze kon er niets aan doen — en toen was ze ook niet langer boos op Uilenspiegel.

Den volgenden dag geraakten ze met elkaar aan

45

Sluiten