Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46

't praten en toen kwam het ter sprake, dat Tyl zoo goed bont kon reinigen. De waardin had een onden, bonten kraag, dien ze nog wel graag dragen wou, maar 't ding zag er zoo uit. Zou hij kans zien 't bont schoon te krijgen?

„Welzeker," zei de snaak. „Haal 't maar, en als uw buurvrouwen soms ook nog van die velletjes hebben, moeten ze mij die ook maar brengen."

't Werd al gauw in 't dorp bekend, dat de waardin van den winter haar bonten kraag weer als nieuw zou dragen. Nu kwamen ook de andere vrouwen, met wat zij aan bont bezaten, naar de herberg geloopen.

„Uitstekend," sprak Uilenspiegel. „Ik weet een prachtig middel om het te wasschen, dat 't weer als nieuw wordt. Brengt me maar eens gauw al de melk, die jullie in huis hebt."

Nu kwamen ook de andere vrouwen.

Sluiten