Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51

vervolgde de waardin, die weggeroepen werd, haastig; „aan de volgende tafel achttien en hij de knechts twaalf penning."

„Het meeste geld past mij 't best," sprak Uilenspiegel en ging aan de duurste tafel zit1|| J ten. Hij sprak den

voor den maaltijd."

„Welnee," sprak Uilenspiegel, ,,'t is immers net andersom: ik moet vier-en-twintig penning van u hebben, voor mijn eten. Weet ge niet meer wat ge gezegd hebt en wat ik toen antwoordde? Nu, ik heb 'tgeld eerlijk verdiend, maar 'twas geen Meinigheid daar aan die

tafel te werken jongens, jongens, ik zal stellig in

geen twee dagen meer een stukje kunnen gebruiken."

Gelukkig voor Uilenspiegel en voor haarzelf, zag de waardin den vroolijken kant van de zaak en riep lachend uit: „ga maar gauw heen, looze klant — voor dezen keer is 't zoo goed, maar je komt hier niet weer terug, hoor je!" —

„Vriend," zei de waardin, „ik moet vier-en-twintig penning van je hebben

disch flink toe en ging, toen hij eindelijk verzadigd was, naar de waardin om haar te vragen met hem af te rekenen.

Hij sprak den disch flink toe.

Sluiten