Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

62

„Zeg eens even, waarom spring je zoo met die monwen om? Ze hadden al lang aan de jas moeten zitten." „Dat ze er nog niet aan zitten, ligt waarlijk niet aan —1*. mij," zei Tyl; „ik ben al den heelen nacht tevergeefs aan het gooien."

„Je hadt liever moeten naaien," sprak de kleermaker.

„En n hebt zelf gezegd, dat ik ze er aan moest gooien," riep Tyl uit. „Waarom zegt u de dingen dan, als u ze toch niet meent? Als ik de mouwen er ^^^^^ in genaaid had, was ik zeker

^^MhflR al lang klaar geweest. Dat zou JjSjP me wel aangestaan hebben,

*fjM^^%^^m^ want dan had ik nog een paar JHk* ^^^fc uren kunnen slapen. Maar nu W W ga ik naar bed om mijn scha"

M m in te halen, hoor! TJ moet nu

M \ zelf maar zien, hoe u de jas

^ (t^talM klaar krijgt!"

gauw eveu aan cteze jas , D° baaS VOnd ^n hieuwen

gooien. knecht erg brutaal en eigen¬

machtig in zijn optreden. Hij wou hem niet op klaarlichten dag naar bed laten gaan, noemde hem een luiwammes en kreeg het ten slotte ook nog met hem aan den stok over de lichten, die Tyl den heelen nacht had laten branden. Hij moest ze hem vergoeden, zei hij, maar dit wou Tyl niet.

Sluiten