Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

71

„Dat geloof ik ook," hernam Uilenspiegel; „ik vertrouw, dat u wel spoedig zult bemerken wat ik voor een werkkracht ben. Dx zou echter wel graag een kamertje voor mij alleen willen hebben; bij de andere gezellen zit ik liever niet, uit vrees afgeleid té zullen worden."

„Nu, dat is nog eens een nauwgezette knecht," dacht de patroon tevreden en bracht Uilenspiegel naar een

klein vertrekje. Hier legde hij hem de wolf svellen voor, die tot pelzen verwerkt moesten worden, en gaf hem verscheidene maten.

Zoo gauw Uilenspiegel alleen was, begon hij met zijn werk, maar hij deed 't op zijn manier, — — verbeeld je, in plaats van de vellen voor pelzen te gebruiken, maakte hij er

dan moest bij maar dadelijk blijven, allemaal wolven van. Hij

stopte ze met hooi op en gebruikte met vel overtrokken stokken voor pooten. — Dat waren me nog eens „echte" wolven; 't beestje, dat bij vroeger bij dien kleermaker gemaakt had — weet je 't nog wel? — was, hierbij vergeleken, maar een heel armzalig ding geweest.

Toen al de vellen verbruikt waren, riep hij den patroon toe, dat de wolven klaar waren en vroeg hem of hij nog iets voor hem te doen had.

Sluiten