Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

92

Zoo begaven zij zich samen naar den tuin en sneden rozemarijn en nog meer van die kruiden af, waarover je ouderwetsche menschen nog wel eens hoort praten. —

De vrouw van den koopman keek verbaasd, toen ze haar man met zoo'n vreemden snuiter van zijn dagelijksche wandeling thuis zag komen, maar haar gezicht klaarde al gauw op, nadat hij haar verteld had, dat 't een kok was, die haar veel werkzaamheden uit de hand zou nemen. Vooral met 'toog op de gasten, die

's Zondags zoudèn komen, vond ze dit heel geschikt.

De koopman ging nu met Uilenspiegel, alias Thól, naar de vlees chhal, ominkoopen tedoen.

„Thol," zei hij op den terugweg, „je moet veel zorg aan dit mooie stuk

vleesch besteden. Laat

't vooral niet verbranden."

„Nu," sprak de nieuwbakken kok, „dan zal het 't beste wezen ,dat ik 'tmaar wat aan den koelen kant houd."

De koopman knikte; hij dacht, dat de kok een keukenterm gebruikte en herhaalde daarom met nadruk: „jazeker, vooral aan den koelen kant houden."

Wat deed Tyl Uilenspiegel? Hij stond den volgenden morgen vroeg op, stak 't vleesch aan 't braadspit en legde het tusschen twee vaten bier in den kelder. Daar was 't zeker koel genoeg; voor verbranden zou dus

en sneden rozemarijn.

Sluiten