Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

Het was winter en er lag veel sneeuw. Op zekeren avond kwamen er drie kooplieden uit Saksen in datzelfde logement en vroegen er om nachtverblijf. De waard was uit zijn humeur, omdat 'tal zoo laat was, en zei: „hadt ge niet eerder kunnen komen? We waren haast zelf al in|bed geweest!"

„Als ge wist wat ons overkomen was, zoudt ge zeker

Geen mensen was zoo flink en dapper als hij!

een anderen toon aanslaan," zeiden de nieuwe gasten en vertelden toen, dat ze onderweg door een wolf waren aangevallen en er ternauwernood 't leven hadden afgebracht.

De waard trok een spotachtig gezicht. Dat zij zich zoo lang door die ontmoeting hadden laten ophouden, vond hij stumperachtig, beweerde hij. — Drie groote kerels, die zich door één wolf bang heten maken! Was 't niet om te lachen? —

Sluiten