Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

114

De kooplieden stemden met Uilenspiegels gelach in.

Den volgenden ochtend reden zij met elkaar weg en kwamen overeen, nooit meer hun intrek bij dezen bluffer van een waard te zullen nemen.

XXXIII.

Hoe Tyl Uilenspiegel eens betaalde.

In het logement, waar Uilenspiegel tijdelijk te Keulen vertoefde, werd 't eten op zekeren dag laat op 't vuur gezet.

Tyl Uilenspiegel, die in de keuken zat, gaf duidehjk blijken van ongeduld.

„Ja, ja," zei de waardin, die wel bemerkte waar hem de schoen wrong, „wie niet wachten kan, totdat 't eten klaar is, moet maar gebruiken, wat hij heeft/'

Uilenspiegel at dus een paar broodjes op en ging telkens naar het keukenvuur. Het sloeg twaalf uur. De tafel werd gedekt. Weldra werden de gerechten, dampend en wel, opgedragen.

De waard ging met znn andere gasten aan tafel, doch Uilenspiegel bleef in de keuken.

„Kom je ook niet hierf" vroeg de waard.

„Neen," antwoordde Uilenspiegel, „ik heb geen trek. De geur van 't gebraden vleesch heeft mij al verzadigd."

Toen het de waard hem met rust en at smakelijk

Sluiten