Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19

Robin Hood ging alleen verder, neerslachtig en ontevreden over zichzelf, al wilde hij zich dat niet bekennen.

In Nottingham ging hij de kerk binnen en knielde innig biddend te midden van het volk vóór het hoogaltaar.

Een monnik, die dicht bij hem stond, herkende in den knielenden man den vogelvrij verklaarden Robin Hood, den schrik van den omtrek.

Haastig sloop hij de kerk uit, liep naar alle poorten van dé stad en beval den wachters, ze stevig te sluiten. Toen rende hij naar den opperrechter, Robins grootsten vijand.

„Heer!" riep de monnik, „Robin Hood, de gemeene schurk, is in de kerk! Hij heeft mij eens honderd pond afgenomen, maar nu zal hij zijn straf niet ontloopen! Gauw, gauw, roep uw volk bij elkaar!"

De rechtepjPdie nog niet vergeten was, hoe Robin hem er in had laten loopen, riep dadelijk zijne gewapende dienaren bij elkaar, en snelde naar de kerk. Onderweg voegden zich vele mannen bij hen, en heel die gewapende schaar drong de kerk binnen. Toen Robin hen zag, dacht hij met schrik aan de waarschuwing van zijne vrienden, en tegelijk met berouw aan het heengaan van „Kleine Jan", maar dapper trok hij zijn zwaard en verdedigdee zich wanhopig. Toch, na een poos, was zijn zwaard gebroken en machteloos zag hij zich gevangen nemen door den opperrechter en zijne mannen.

Intuschen was Kleine Jan teruggekeerd bij zijne vrienden en, ongerust over Robins lot, waren ze naar Nottingham gekomen. Daar hoorden ze al spoedig wat er gebeurd was, en verwoed drongen ze de kerk binnen. Maar Robins vijanden daar waren zoo talrijk, dat zijne getrouwen niets voor hem konden doen; velen van hen werden gewond, en verslagen

Sluiten