Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28

leugen is, niets dan een list om ons, en vooral om u te kunnen gevangen nemen."

Die woorden verraden lafheid!" riep Robin Hood. „Ik wiï'er niet naar luisteren en ga in den wedkamp mijn geluk beproeven in de edele schietkunst."

Toen sprak de dappere Kleine Jan: „Ja, laat ons het wagen. Maar luistert: we moeten zorgen, niet herkend te worden. Onze groene mantels verbergen we hier in het bosch; we kleeden ons allen verschillend, dan worden we niet zoo gemakkelijk herkend. Laat de één in het blauw gaan, de ander in het geel, de derde in het rood; en we moeten ook met met elkaar komen, maar bij tweeën of drieën, en ons houden of we elkaar niet kennen. Dreigt er gevaar, dan kunnen we toch elkander te hulp komen."

Dat voorstel vond dadelijk bijval en blij maakten allen zich op, om den Nottinghamschen schutters eens een lesje te gaan geven.

Op verschillende plaatsen mengden ze zich tusschen het volk; wel achthonderd liefhebbers waren er voor den wed-

StlDe opperrechter keek eens om zich heen, zoekend of hij de groene mantels van Robin Hood en zijne schare niet kon ontdekken, maar teleurgesteld krabde hij zich achter 't oor. Het schieten begon, en telkens als Robin of één van zijne vrienden schoot, gingen kreten van bewondering op.

„Robin Hood zou 't niet verbeteren!" riep één van de andere schutters. ï

De opperrechter krabde zich nog eens achter 't oor. „Ik had gedacht, dat die schelm ook zou komen," riep hij, „maar 't schijnt, dat de held geen moed meer heeft!"

Toen Robin dat hoorde, vloog het bloed hem in 't ge-

Sluiten