Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19

erg beschaamd en ongelukkig. Zou ze nu haar heele leven zonder jurk moeten loopen, en niet kunnen eten, en niets meer kunnen leeren, en, wat 't ergste was, nooit meer moeder aan kunnen raken?

Zachtjes sloop ze door de gang en de trap op; als ze iemand zag, boog ze 't hoofd, want ze schaamde zich, zonder jurk te loopen. 't Was net of iedereen haar nu ook aan kon zien, dat ze niet leeren kon en al het andere.

Ze was blij, toen ze alleen in hare kamer was; 't raam stond open, en buiten in het park zongen vogels; 't hinderde haar, dat die vogels zoo vroolijk waren, terwijl zij verdriet had, en bijna had ze in zich zelf gezegd: ,,ik wil dat gezang niet hooren", maar ze bedacht zich, en schoof het raam dicht. Toen ging ze op een laag stoeltje zitten. Wat zou ze gaan doen? lezen kon ze niet... met de pop spelen? daar had ze geen zin in... Zou de fee nog wel eens terugkomen? dan zou ze vragen... Prinsesje kleurde, al kon niemand haar zien, zóó schaamde ze zich, dat ze aan de fee zou moeten vragen, haar weer gewoon te maken. Nee, dat wou ze niet. Maar... zóó altijd blijven, dat kon ook niet. Ze leunde wat achterover in het stoeltje en hare oogen vielen toe. Ze droomde, dat ze heel dicht naast moeder liep in een groot bosch; ze waren verdwaald, en 't werd donker, maar moeder hield haar stevig vast, en toen was ze niet bang. Met een schrik werd ze wakker, en in eens begon ze te schreien. Nooit meer kon ze zoo dicht naast moeder loopen, als in haar droom. O, als de fee maar kwam!

In eens hoorde ze een zacht stemmetje roepen: „Prinses Augusta!" 't Kwam van den kant, waar haar bed stond; Augusta keek er heen, en ze gaf een zacht schreeuwtje van blijdschap. Daar, op den rand van haar bed, zat de fee;

Sluiten