Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22

niet"." Het kleine wezentje knikte met het hoofdje, en verdween.

Augusta zat stil op den stoel voor haar bed. Ze was nog wel erg verdrietig, maar toch voelde ze zich niet zoo ongelukkig, als voordat de fee kwam.

Maar hare, oogen waren zwaar van 't schreien, en zonder dat ze 't merkte, viel ze weer in slaap.

Toen ze wakker werd,- luidde juist de bel voor het middagmaal. Ze sprong op, want ze .had honger. Maar ineens bedacht ze, dat ze niet kon eten. Toch huilde ze nu niet; ze moest dapper zijn, zei ze bij zichzelf, en vlug ging ze hare handen wasschen. Boven de waschtafel hing een witte lap, waarop de koningin met roode letters „Goeden morgen" had. geborduurd. Prinsesje las de woorden... Kon ze dan leen? Daar begreep ze niets van. Ze keek om zich heen. Op den stoel vóór haar bed hing haar groene jurk met de witte kantjes. Ze liep er heen, en stak de hand uit; eigenlijk verwachtte ze, dat de jurk weg zou vliegen of inkrimpen. Maar niets ervan gebeurde; de jurk was even gewillig om aangetrokken te worden, als ooit te voren.

Prinsesje kreeg lust om een luchtsprong van pleizier te maken, maar in eens kwam een angstige gedachte in haar op, en haastig liep ze de gang op, naar de kamer van de koningin.

Ze deed de deur open, maar bleef ontsteld staan op den drempel. In den leuningstoel van de koningin zat een oud, gerimpeld vrouwtje, gekleed in een oude, vaalbruine japon. Ze hield het gezicht naar de deur, als had ze iemand hooren binnenkomen, en Augusta zag in het oude gezicht doffe, starende oogen. Nu stak het vrouwtje de hand uit; Augusta snelde er heen, en greep de hand. „Moeder!", snikte ze,

Sluiten