Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25

Augusta riep boos: ,,Ja, en ik zal je vasthouden ook, booze fee!''

„Zoo! zoo!" lachte de fee. „Ik heb wel gehoord, wat je gezegd hebt, je bent erg veranderlijk, prinses. Nu wou je wel weer, dat niet gebeurde wat je niet wilt, is 't niet?"

„Ja... maar... ja... maar," stotterde Augusta; „nu is 't goed, dat ik niet wil!"

„Kom eens bij me!" riep de fee. Prinsesje liep naar den spiegel, maar nu zat de fee ineens weer op de boekenkast. En toen ze daar heen liep, zag ze niets meer.

Ze keerde zich om en gaf een schreeuw van vreugde. Daar zat haar eigen moedertje, jong en mooi, met stralende oogen, en lachte haar toe. De fee zat op* haar schouder, en stak haar de laatste haarspeld in 't volle, blonde haar.

Augusta deed een paar stappen, maar bleef toen staan. Ze kon immers niet bij hare moeder komen. Maar hare moeder wenkte, en als vanzelf liep het meisje voort, tot ze op haar moeders schoot zat. De fee was verdwenen.

„Kindje, kindje, wat 'n geluk!" fluisterde de koningin, en Augusta schreide van vreugde, 't Was, of ze uit een akeligen benauwden droom was wakker geworden.

Langen tijd zaten ze samen, moeder en kind, en toen eindelijk één van de hofdames vroeg om binnen te mogen komen, bleef Augusta op haar moeders schoot zitten. En ze knikte de hofdame vriendelijk toe.

Toen was 't, of een fijn stemmetje in haar oor fluisterde: „Zal je mij niet vergeten?", maar toen zij om zich heen keek, zag ze niemand. Toch knikte ze maar, met een begrijpend lachje.

Sluiten