Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

Ze stopte de pijp, en dra rookte ze als een kerel. De beide lievelingen kwamen naar haar toe, verbaasd over het potsierlijke, dat „'nen wijf smoorde"; en Edmond begaf zich — naar alle kanten uitziende, de straat op. Juist kwamen de meisjes uit school; en spoedig had hij Bertha opgevangen.

„Ha, Berthaatjel 'k zie u zoo geernel"

't Drong haar om snaaks te lachen, en ze kon dat niet tegenhouden, maar trachtte het toch te verbergen achter een gemaakt verontwaardigden blik, en vroeg bot:

„Ehbien, zotte! Warevan?'

Zij kon toch zoo niet van hem wegloopen.

„Daarvan gij uw broere gisteren hebt bijgestaan, als de boestering *) hem in 't kot wilde steken!"

„En 't was gij, die den boestering bijstond, en onzen Theidoor vasthield! 'k En vinde het niet fraai, uwen vriend alzoo soldaat te maken!"

»Ba 2), g* en verstaat datte niet, mijn zoete kiendetje! 'k Hebbe juist den boestering soldaat gemaakt, en 'k hebbe willen weten, of gij een braaf meisen zijt En 'k wete het nu: gij zijt brave!"

Bertha, die meer dan haar hoofd grooter was dan de kleine dikke Mong, gaf kern een klinkenden klap tegen zijn kaken en wilde dan wegloopen, doch hij pakte haar hand vast en zei:

„Bertha, mijn kindetje! 't en zijn geen lachedingen, wat ik u zegge. Ik zie u geernel"

„Déar, zotte!" — zei ze en gaf hem met de vrije hand een klap, dat hij de andere losliet, en terwijl ze hard weg liep, riep ze hem na:

„Zulken zot jonk!"

Mong bleef echter staan en keek haar lang na. Hij verkneuterde zich over de kaakslagen van Bertha en ging vroolijk den hoek om naar huis. En daar stond Rosalie al naar hem uit te zien. Ze zag rood van toorn: zóó druk en lastig hadden de kinderen 't haar gemaakt

*) bokking, bijnaam v«or politieagent t wet

Sluiten