Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19

„Vader, als 't er u belieft, eerst nog 'nen boeterhamme, daarvan dat ik zoo brave geweest zij 1"

„Moeder 1 geeft Miel nog 'nen boeterhamme voor zijn braafheid 1"

„De blunder! — zei Mong — als de braafheid met boeterhammen betaald wierd, 'k kost ik nacht en dag deure dan wel nieten doen als boeterhammen eten!"

Medard grijnslachte.

„Ah wel, dommerik 1 wanneer wou je gij dan brave kunnen zijn, als je nieten dee als eten?"

Toch kreeg Mong ook een boterham, ook voor zijn overtollige braafheid. Zoodra Miel naar bed was, begon moeder te lachen.

„Die beide venten peizen al op een wijf en op trouwen 1"

„Wie?" vroeg vader.

„Miel en Mong!"

Maar vader en moeder en Medard klapten heelemaal niet ernstig over wat voor Mong volle ernst was. 't Leek meer, dat ze er den draak mee staken, want de een was al belachelijker in zijn voorstellen dan de ander. Mong zei:

„'t Zijn al lachedingen, die gij klapt, gij! Ik ga naar mijn bedde, en 'k ga d'r dan op peizen, wat voor stiel ik ga willen leeren 1"

„(? en moet geen stiel meer leeren, gij! —zei Medard — gij kent gij den besten stiel van al: kleine kiendetjes zoete houden V

„Lachedingen! — zei Mong — ik ga naar mijn bedde. Allegare den goeden nacht I"

Hij ging naar bed, om over een stiel te peinzen: 't behangersvak wou bij leeren. Van knippen en plakken was hij een eerste liefhebber: met een mooi lapje papier knapte je alles op.

Wie zijn baas zou worden? —Natuurlijk niemand anders dan Guusten Vermeule, dien hij in zijn hart evenzeer vereerde als Bertha, want Vermeule was een vermaard vakman, en — een beroemd „prijskamp winner", de glorie van alle sportliefhebbers. Je moest toch van alles het beste uitzoeken!

Sluiten