Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22

„Nu, wat klap je gij van Bertha? Doe vors!" ")

„Ah wah, meneere! 'k hadde Bertha gezeid, dat als zij u zage, zij u moeste zeggen, dat ge zoudt een letje achter mij wachten. Maar alzoo, Bertha en heeft het u niet gezeid ?"

„Neen ze; en wat wou je gij vragen?"

„Luistert meneere Vermeule! — Ik zie u geerne, en 'k wete, dat gij 'nen braven vent zijt, en gij zijt gij den fijnsten tapissier van allegare in stad. En newaar, meneere Vermeule! — 'k zeggen ik altijden: als je goesting ») in entwat hebt, je moet het beste pakken."

Vermeule moest zijn lachlust, om dat half onnoozele, half oudmanachtige van dien jongen, bedwingen, en wachtte gelaten op wat er volgen zou.

„Zie je, meneere Vermeule! 'k en hadden er van al mijn leven niet op gepeisd, van 'nen stiel te leeren, maar daarmee ik Bertha zoo geerne zage, 'k zeggen ik tegen m'n eigen: Mongetje! gij gaat 'nen stiel moeten leeren, en meneere Vermeulen gaat uwen meester moeten zijn!"

De behanger had luid willen lachen, en deed zich geweld aan, om ernstig te blijven.

„En wanneer ga je gij trouwen?"

„Maar meneere Vermeule! g*en zijt doch niet zot? — 't En zijn doch geen lachedingen! Ik ga doch eerst moeten 'nen stiel leeren!"

„En als Bertha nu niet uw wijf wierd?" vroeg de behanger met een verknepen lach.

„Ba, 'k en leerde dan geenen stiel; ik wierd dan soldaat; tamboer oftewel hoornblazer."

„A sa! gij wierd dan soldaat! — zei de man gemaakt ernstig. — A sa, juistement! — En 't is om Bertha, dat gij 'nen stiel gaat leeren. Tju, tju! dat is een goê gedacht Maar papperdepo, wat ga je gij doene, als ik geen jongen te kort en kome?"

„Ah wah, meneere! 'k ga dan patiëntie moeten hebben tot gij d'r wél eentje te kort komt!"

„Alzoo, g'en wilt geenen anderen meester?"

*) Voort. 2) Lust.

Sluiten