Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25

Moeder gaf hem nu een schop, die goed raak was, nu konden moeder en zoon het gesprek voortzetten.

„Heeft Vermeule het u gezeid?'

Ja hij, moeder! en 'k hebbe gezeid, dat ik 't hem zou komen zeggen. Wat peisje gij d'r van, moeder?'

„Tapissier is een goed stiel, zou 'k peizen, en ik vinde het goed, als vader d'r mee content is!"

„En zou vader d'r mee content zijn, moeder?'

„Ba ja hij!"

Juist kwamen vader en Medard thuis. Miel vloog in eens overeind en ging netjes op zijn stoel zitten. Op de gewone groeten volgde terstond:

„En zijn de jongere brave geweest?'

„Ba ja z'1" zei moeder; doch Mong zei ernstig:

„'t En doet, vader! onzen Miel en is niet brave; hij verslechtert op schole. Hij zou van schole moeten, en hij is al goed geleerd 1"

„Eh bien, mes filsl dat ware schoone, gij kost dan den heelen dag met mekare vechten!" zei vader, en Medard zeide:

„Gij kost dan beiden uwen stiel leeren: Miel kapot maken, en Mong weer heele maken!" Mong vond het nu zijn gouden uur en zei:

„Moeder! zegt het aan vader, wat ik u gezeid hebbe!"

De vrouw vertelde, wat ze zooeven had gehoord en Mong vulde haar gezegde met weloverwogen woorden aan; en terwijl hij daaraan bezig was, kwam Miel met zijn mond vlak bij zijn oor en zei telkens heel zacht:

„Beenhouwer, beenhouwer, beenhouwer, beenh—" vader kreeg den plaag bij zijn nek en zei:

„Allee, gij naar uw bedde!"

Daarna werd het gesprek, waaraan vooral ook Medard goed meedeed, rustig voortgezet Toen Mong ook naar bed ging, wist hij, dat vader, moeder, en Medard goed vonden, dat hij bij den behanger in de leer kwam, en dat Miel voortaan thuis zou blijven van school, om op de zusjes en het bleekveld te passen. Eer hij zich te slapen legde, bedankte hij „Onze Lieve Vrouw" voor de hulp, hem bewezen.

Sluiten