Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V.

Mong had opgemerkt, dat Bertha nooit in de vroegmis kwam, en daarom trachtte hij haar bij een lateren dienst te ontmoeten. Zoodra hem dit gelukte — bij het uitgaan der kerk — schoof hij haar op zijde.

„Zie je wel, Berthal dat ik 't meene?"

Maar 't meisje moest van zijn meenen niets hebben.

„Zotte 1— zei ze — en zijt gij niet beschaamd?"

Edmond merkte wel, dat ze van hem niets wilde weten; doch hij scheen zich daar weinig van aan te trekken. Soms overlegde hij, of ze — met het oog op beider stand — wel bij elkander zouden passen. Van Mong woonden ze in een eigen huis; 't was wel een zeer eenvoudig, klein huisje, 't kon wel niet minder, en 't was oud ook — maar, 't was toch eigen. Van Bertha woonden ze — naast een villa, naast een der grootste en mooiste villa's van de stad, wel niet er in; maar toch er naast. En 't nette huisje was wel niet hun eigen; maar ze betaalden er toch geen huur; want Bertha's vader en moeder stonden beiden in dienstbetrekking tot de bewoners der villa.

Beider vader was werkman en hun loon kon niet veel verschillen. Maar — Bertha's vader was 's Zondags een heer en haar moeder een dame, en de kinderen werden gekleed als kinderen der rijken. Dat was in Edmonds huis anders: vader was altijd een werkman en moeder altijd een werkmansvrouw en de kinderen altijd werkmanskinderen. Mong mocht de mooie kleeren van Bertha wel, doch meende,

Sluiten