Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44

een poos geen woord was gesproken, omdat beiden hun gedachten te veel voor 't werk noodig hadden; — 'k en versta d'r mij niet aan, dat je zoudt moeten de rechtveerdigheid doen, om te kunnen zalig worden. En 't en is niet meuglijk, dat je alsanne op God peist!"

„'k Waren ik van gedacht, baas! lijk gij, als dienen heere van 't Evangelistenkerkje het zei de; maar hij deed het schoone uiteen. Kijkt een keer, baas! Hij zegde, dat als je entwien >) geerne zage, dat je dan veel op den dien *) peisde, en dat je dan nieten dede, daar die verdriet van hadde. En weetje gij, waarvan ik 't dan subiet verstond?

Daarvan ik peisden op Bertha "

„A wa? en peisje gij nog op Bertha? En gij en hebt dat nog uit uwen kop niet gesteken? Zij loopt met uwen vriend, en zij ziet hem geeme; maar u en ziet zij niet geerne. Ware ik u, 'k en peisden op heur niet meer!"

,'t Doet, baas! 't doet! Ik peize pertang veel op heur. Luistert 1 ik ga 't u uiteendoen van de wille Gods." En nu vertelde hij, dat hij altijd veel van Bertha had gehouden. Ware Bertha er niet geweest, hij zou soldaat zijn geworden; alleen om Bertha had hij een vak geleerd. En als hij maar iets kon verzinnen, waarmee hij haar genoegen kon verschaffen, dan zou hij moeite noch kosten ontzien.

Vermeule echter vond hem een dwaas, dat hij nog altijd van Bertha hield, want zij wou toch niets van hem weten. En nog dwazer was het, dat hij, in plaats van Charles eens flink af te ranselen, met hem omging als een vriend.

,G' en verstaat datte niet, baas! Ik zegge, dat ik Bertha geerne zie, is 't, dat zij mij niet geerne en ziet. Ik beminne heur doch, en Charles is brave en fraai; ik zou willen alzoo brave en fraai zijn; maar 'k en ben ik alzoo niet, en 't is daarvan beter, dat zij Charles bemint En zij getweeën zijn gelukkig; maar met mij en ware zij meuglijk niet gelukkig. Zóó, 'k en kan 't niet anders maken, als 't is. Maar 't en is datte niet Ik hebbe daarop gepeisd, als

>) entwien: iemand. 2) den dien: die iemand.

Sluiten