Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

59

Maar dat juist «rilde Charles ten koste van alles verhinderen. Want hij vreesde zeer dat zij vooral een lichte prooi voor 't Evangelisch geloof zou zijn. Hij hield haar voor evenveel en even weinig Katholiek als haar vader. En wat op hem zulk een indruk had gemaakt, zou haar nog veel meer beïnvloeden. Neen, hij zou al zijn kracht aanwenden, om haar daarvan terug te houden.

„Gaan we, Charles?"

Hij gaf geen antwoord.

„Alzoo, we gaan?" drong ze meer aan.

„W en doen, Bertha 1 Wou je gij gaan, daar den Zotten gaat? Kwesje, zijn 't allegaar geen zotten daar!"

Steeds volgden beiden den weg, straat in, straat uit, dien Edmond had gekozen. Charles wist, dat ze langs den kortsten weg de Geuzenkerk naderden. Toen ze Edmond van verre er hadden zien binnengaan, vertraagden ze hun schreden. Hij wou nu rechtsom een straat inslaan, die weer naar huis voerde, doch zij bleef staan.

„Wacht een beetje, CharlesI dat we zien, wie daar gaan: 'k zou dat willen weten 1"

„'t Is wél, Bertha! wij wangelen dan alhier een letje weg en weer l).n

Charles zorgde wel, dat ze niet te dicht bij de gevaarlijke kerk kwamen; toch konden ze er de menschen zien binnengaan.

Juist toen het meisje er sterk op aandrong, dat ook zij zouden gaan, strompelde hen iemand voorbij, die blijkbaar dronken was.

„'t Is Vermeule, den tapissier!" fluisterde Bertha haar beminde in 't oor. Charles wist, dat Vermeule de baas was van Edmond, en terstond vermoedde hij diens gang naar de Evangelische kerk. Edmond zou er zóóveel van gesproken hebben, dat zijn baas geen weerstand had kunnen bieden aan den lust, om ook eens een sermoen te hooren.

„Hij is zat *), — zei Charles — hij zou nu goed te passé zijn bij de Geuzen 1"

i) een beetje heen en weer. *) dronken.

Sluiten