Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IX.

Bertha en Charles hadden wel goed gezien: de dronken man, die naar de Geuzenkerk was gestrompeld en er ook was binnen gegaan, was niemand anders dan Vermeule. Edmond en hij hadden nog herhaaldelijk over het sermoen gesproken, zoodat de baas er eindelijk evenveel van wist als de knecht. Evenwel, de knecht wist het ook maar zoo als hij khet wist, zeer gebrekkig, en de baas wist het natuurlijk niet beter. Al hun nieuwe „wetendheid" kwam voornamelijk hier op neer, dat God wilde, dat de mensch in al zijn spreken, denken en doen, Gode moest trachten te behagen. Men moest alles doen, zooals God het wilde, en men moest dat doen, omdat men geheel God lief had, liever dan allen en alles. Eerst dén kon de mensch zalig worden; maar anders ook onmogelijk. Beiden vonden dit weldra de natuurlijkste zaak van de wereld. Geen van beiden had er iets tegen in te brengen; wel met redeneeringen en overleggingen eerst; maar beider consciëntie zei: zóó ia het

Ze stonden dus voor dezelfde waarheid; maar zij stonden er niet gelijk voor, omdat de baas en zijn knecht zooveel verschilden, vooral in jaren.

Vermeule had meer daq twintig jaren reeds aan alle mogelijke concoursen meegedaan, was er in opgegaan, leefde er in. Edmond had op dien weg nauwelijks zijn voeten gezet en 't zou te bezien zijn, of bij, met de meeste inspanning, ooit zou worden, wat zijn baas reeds lang was: prijswinner in eiken strijd. Vermeule was de beste schutter

Sluiten