Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

71

„'t Is alzoo, lijk gij zegt, baasl 't Zijn de wereldlijken, die de wereldsche zaken moeteq zorgen, en de religieuzen de kerkelijke en de heilige engelen de hemelsche. 't Is juist lijk gij zegt!" De engelen deden hun hemelsche werk gewillig en blijde naar den wil van God, en zoo moesten de geestelijken hun kerkelijk en de wereldlijken hun wereldlijk werk gewillig en blijde doen naar Gods wil. „Al wat je doet, of spreekt, of peist, 't moet naar de wille Gods gedaan zijn!"

De baas werd een beetje wrevelig en zei:

„Gij komt alsanne op 'tzelfde uit!"

Doch de knecht antwoordde:

„A wa! 't en is ik niet! 't Is den uitleg van den Onzen Vader!"

Nu ja, dat begreep de baas ook wel. Doch inwendig was hij daar weerbarstig tegen.

„Laten we er van zwijgen!" zei hij; maar in zich kon hij 't niet tot zwijgen brengen.

Sluiten