Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78

gevoeligen prik ontvingen, 't Was te zien aan 't slaan met één hand op één knie of met twee handen op beide knieën, immer gepaard gaand met verre draaiingen van 't hoofd naar links en rechts. Maar 't was te hooren ook soms. Want lachen kon hij, dat hij er van tegen den grond viel. De bazinne was dit lachen wel gewoon: ze had het zoo vaak gehoord, en was zoo dikwijls dan in de werkplaats gekomen, om ook „de farce", de grap, te hooren, waarmee haar man den jongen zoo liet lachen.

Maar nu hoorde ze hem ook, en ze wist, dat hij alleen was. Er moest dan gisteren toch wel iets bijzonders hebben plaats gehad. Er zou dan toch wel daar in de Geuzenkerk geëscamoteerd zijn, want hoe kon anders zulk een grappenmaker als Mong daar zijn kostelijken Zondagavond doorbrengen? Zij wou er meer van weten.

„A wa, Mong! wat heb je gij een leute! En waarvan is datte?'

„Ba, nieten, madam! maar 'k moete lachen, ik moete! 'k En kan 't niet laten van lachen!"

,'t En is niet fraai van u, dat gij 't mij niet en wilt zeggen!"

„Bazinne, 'k vragen excuus! Maar 'k en mag 't niet verklappen 1"

„A sa! g' en meugt het niet verklappen, gij! wat fraaie dingen daar in de Geuzenkerke uitgesteken zijn! Eikendeen en mag niet weten, hoe dare gescamotierd wordt 't Zijn maar alleene de ketters, die de leute meugen hebben 1"

Al wat op lachen of leute geleek, gleed nu plotseling van Edmonds gelaat in verre diepte en maakte plaats voor vurige verontwaardiging. Van de Geuzenkerke en van de Geuzen moesten ze afblijven! Tweemaal was hij er nu geweest; maar wie daar kwaad van sprak, was een lasteraar.

Nu wist hij — in 't belang van de Geuzenkerke — zich in eens genoodzaakt om de reden van zijn lachen te vertellen, hoewel hij het anders niet gedaan zbu hebben.

In eens schaterde de malle dikkerd weer dwars door wanden en ramen heen.

Sluiten