Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kantwerkster had de klosjes en draadjes reeds met rust gelaten: ze dacht niet meer aan werken. Wat Bertha toch bedoelde?

Had ze haar vriendin niet gekend, dan zou ze haar bedoelen gevraagd hebben; doch ze wist, dat als ze zich niet uit zichzelf nader verklaarde, ze 't ook niet zou doen zelfs op iemands allervriendelijkst verzoek. Ze wachtte dus zwijgend. Doch Bertha scheen een punt gezet te hebben achter dit onderwerp.

„Raadt 'nen keer, voorwat ik naar u toegekomen zij F Zóó verbrak ze de stilte.

Nannette glimlachte weer.

„Eh wel! voor mij een beetje den tijd te korten, lijk gij bij tijden doet, Bertha!"

„G' en zijt er niet, mijn brave kindetje! raadt nog 'nen keer!"

„'k En zou niet anders kunnen raden! 'k Weet ik alleen maar datte!" Ze hield zich goed, en daar had Bertha pleizier van.

„Ha, ha! — zei ze — g" en hebt heelegansch geen gedacht van mijn ikzucht Ik kome hier bij u boterhammen eten. Geen een is ten onzen thuis, en ik ete niet geerne alleene. Nu weet gij 'tl"

„Dat doet mij groot pleizier, Bertha! en moeder zal er ook beuren pleizier van hebben. Binst een uur zal zij thuis zijn!"

Bertha begon nu aan haar breikous, en terwijl de breinaalden den wedstrijd aanvingen met de bobijntjes om de eentonigste muziek, hielden de meisjes een druk gesprek over — op 't rijtje af — al de vriendinnen en hare interessen. Stil was 't geen vijf seconden, want had de een behoefte aan een flinke ademhaling, dan vulde de ander de ledige tijdruimte terstond aan met het gewone:

„Tju, tju!" of „'t En is doch geen waar?" — soms: Je liegt het doch?" of „Had datte gepeisdP'

Of dat echte tijdkorting was!

En dan kwam moeder Staessen. Die overstelpte terstond

89

Sluiten