Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

104

beter raken met 'nen fusiel. 2) Maar de voetboge en de handboge, 't zijn al palullen voor onzen tijd; 't zijn speeldingskes voor de kinders. Voor de groote menschen is 't maar alleene voor prijzen te winnen op de concoursen. En je moet ze dan zien, die oude venten met heur bogen, als ze den prijs gewonnen hebben, en ze met de muziek naar heur huis gaan. Ze zijn dan zot van hooveerdigheid, en je zou moeten de menschen hooren, wat ze dan klappen, en hoe ze ondereen de prijswinners begekken. Je zoudt je dood lachen bij tijden, als je 't hoorde, hoe ze schenden en gekken. Maar algelijk, op een stond, als 't te passé komt, ze nemen allegaar heur klakken en hoeden vaa heuren kop en ze roepen: bravo! Maar de piijswinner en hoort ze maar alleene „bravo 1" roepen, en al 't ander en hoort hij niet; en hij gelooft dan dat hij 'nen keuning of 'nen keizer is, en van langs om meer wordt

hij zotter en "

Edmond hield in eens op, want de baas was heengegaan. Hij wist niet, dat hij in zijn eenvoudigheid den boog gespannen, en zijn baas geschoten had tusschen de gespen en 't pantsier.

Arme prijswinner Vermeule, hoe had die schicht hem geraakt juist op zijn teerste, gevoeligste plek. Edmond had heelemaal aan zijn baas niet gedacht, en dacht nu zelfs niet aan hem. Hij had andere venten op 't oog gehad. De baas wist dat ook wel, en was er zeker van, dat indien Mong aan hem gedacht had, hij zóó niet zou hebben gesproken. Doch het deed den baas goed, omdat hij nog meer tot zich zelf kwam. Hij had zelf meermalen meegedaan aan 't „schenden en begekken" der prijswinners, en zich geërgerd aan hun verwaandheid, en toch had hij altijd mee gehuldigd, en „bravo!" geroepen.

„Z' en weten van hooveerdigheid niet, hoe heur wezen zetten!"

't Was juist zooals Mong het zei, de heele huldiging bestond in niets dan een daverend geschreeuw, op com-

*) Geweer.

Sluiten